Sales Regionaal
Wat als…
“En?”, vroeg mijn vijftienjarige zoon op 1 januari bij het ontbijt. “Welke goede voornemens heb jij gemaakt voor 2022?“
U weet dit wellicht niet, maar ik maak al jaren geen goede voornemens meer bij de start van het nieuwe jaar. Het zit namelijk zo: mijn voornemens lijken elk jaar weer op die van het jaar ervoor. Dat zegt waarschijnlijk veel over de haalbaarheid van mijn goede intenties, en nog veel meer over mijn (gebrek aan) motivatie.
Toch zette de vraag van mijn zoon me aan het denken. Of beter: aan het mijmeren. Normaal gezien ben ik niet een type dat graag achterom kijkt – ik richt mijn blik liever naar de toekomst – maar het was nu eenmaal een uitgelezen dag om te reflecteren over het afgelopen jaar. Dat stond nog steeds helemaal in het teken van dat vervloekte virus, maar met toch wat lichtpuntjes aan de horizon. Door de grootscheepse vaccinatiecampagne keerden we terug naar bijna normaal, en konden we voorzichtig weer beginnen genieten.
Op privégebied mocht ik zeker niet klagen, vond ik. Mijn dierbaren en ikzelf bleven gespaard van corona en andere ellende, en we genoten weer van de kleine genoegens van het leven, zoals een restaurantbezoek of een concert. Ook op professioneel vlak was er weinig reden tot klagen. Roularta bleek schok- en stressbestendig in deze woelige periode. Tot op de eindmeet bleef het spannend, maar het werd onverhoopt toch nog een jaar om trots op te zijn. Niet alleen omwille van de behaalde resultaten, maar ook en vooral omdat we er met z’n allen voor bleven gaan. Roularta nam ook heel ondubbelzinnig stelling voor een duurzame toekomst, door in te zetten op vier zorgvuldig gekozen SDG’s. Zo’n duidelijk engagement, daar kan je alleen maar heel blij om zijn. Bij Roularta Brand Studio tenslotte, werkten we nauw samen met onze collega’s en de redacties, en konden we terugblikken op meer dan 300 afgewerkte projecten. We maakten video’s, podcasts, webinars, pockets, kranten, mini-sites en nog veel meer content voor onze partners. Met passie en liefde voor het vak.
Alles wel beschouwd dus toch niet zo’n slecht jaar, concludeerde ik. Anders, dat zeker wel! En toch was ik de afgelopen maanden een beetje een zeurpiet geworden. Meestal ging dat zeuren over teleurstelling. Over dingen die niet volgens plan verliepen, uitgesteld of afgezegd werden. Over hoe je je soms bij iets moest neerleggen, omdat het niet anders kon. Psychiater Dirk De Wachter verwoordde het als volgt: “Klagen kan deugd doen en het is ook verbindend, maar het mag geen verzuurd gezaag worden. We klagen omdat we ontevreden zijn over de gewone dingen van het leven. Dingen waar we ons in moeten stellen. We moeten aanvaarden dat niet alles altijd oké is”. En hij voegde er nog aan toe: “Je niet vastrijden in lastigheid, dat is de kunst van het leven.”
Wijze woorden waar zeker wat inzit, dacht ik. Wat als… we het leven nemen zoals het is, een onderscheid maken tussen belangrijke en minder belangrijke dingen, positief blijven? Minder klagen, meer luisteren en relativeren? Nooit gedacht dat ik het zou doen, maar ik ga de uitdaging aan: dit worden mijn goede voornemens voor 2022!
Een deugddoende reminder
Op de eerste zondag van oktober vond opnieuw de Open Bedrijvendag plaats. Ook in Roeselare en uiteraard ook bij Roularta. Als werknemer mochten we daarbij op vrijdagavond al komen ‘proefdraaien’. De rondleiding startte bij de redactie van KW waar we hartelijk ontvangen werden met een glaasje bubbels en lekkere hapjes. Na een passage door de P&O-zaal (mijn vertrouwde werkstek) en de Prepress, kwamen we terecht in het kloppende hart van het bedrijf: de drukkerij.
Blij dat ik erbij was. Het was niet mijn eerste rondleiding in het bedrijf en ook niet mijn eerste bezoek aan de drukkerij. Maar toch blijf ik de werking ervan telkens weer indrukwekkend vinden. En ik had bovendien geluk: in mijn groep zat een collega die de drukkerij van binnen en van buiten kent. We kregen daardoor veel interessante weetjes te horen en zaten figuurlijk op de eerste rij. Waar het hart van vol is….
Na afloop besefte ik eens te meer wat voor een mooi gediversifieerd bedrijf Roularta is. Het was een deugddoende reminder van wat er allemaal gebeurt naast de bits en de bytes waar ik dagelijks samen met mijn collega’s mee bezig zijn. En als groep zetten we finaal toch een product in de markt waarvan onze lezers, op welke manier dan ook, van kunnen smullen.
En smullen deden wij trouwens ook op het einde van de rondleiding, waar een ijskar ons buiten stond op te wachten. Het werd een lekkere afsluiter. Eén die smaakte naar meer!
‘Terug-naar-school’-gevoel
Een ‘terug-naar-school’-gevoel overmande me enkele weken geleden toen ik vernam dat we vanaf september terug drie dagen per week op kantoor mogen gaan werken. Niet dat ik al wakker lig over welke kleren ik straks zal aantrekken op de ‘eerste terug-naar-kantoor-werkdag’, of dat ik spontaan naar de dichtstbijzijnde winkel snelde om een nieuwe computertas te gaan kopen.
Maar toch, na ongeveer 9 maanden van continu thuiswerken kriebelt het om terug naar kantoor te mogen gaan, terug naar een weer ‘normaler’ leven. Terug de collega’s in levende lijve zien. Benieuwd of ze veel veranderd zullen zijn. De coronakilo’s, weet je wel .
En eindelijk ook weer meer beweging! Want thuis ben je toch wel snel rond: van de ontbijttafel naar de livingtafel en terug… Laat die trappen dus maar weer komen. Onze conditie is er nu al dankbaar voor.
Waar is de tijd dat we meetings hadden in een vergaderzaal, met z’n allen samen rond eenzelfde tafel. Het lijkt al een eeuwigheid geleden. Dat wordt wel terug even wennen, vooral als je ondertussen gewoon bent geworden aan de stilte op de werkvloer thuis. Door het thuiswerk hebben we echter ook mogen ondervinden dat het functionele geroezemoes een grote meerwaarde kan betekenen. Want op die manier vang je soms wel sneller dingen op. En af en toe even een babbeltje tussendoor met de collega’s is toch ook wel leuk meegenomen.
Rest er me dan nog één vraag: welk koekje neem ik mee op de eerste terug-naar-de kantoor-werkdag ? Maar misschien moet ik me daar het hoofd niet over te breken: we hebben immers nog een grote achterstand weg te werken qua verjaardagstraktaties. Misschien kunnen we met de collega’s een planning uitwerken zodat er elke dag wel iets lekkers te knabbelen valt.
Die coronakilo’s zullen dan misschien toch een blijvertje worden, maar dat nemen we er graag bij…
De no-print strategie
“En? Wat valt je op bij Roularta?” Ik was net een weekje aan de slag bij de Regie in ons (intussen ex-) kantoor in Zellik, en werd bij CEO Xavier Bouckaert verwacht voor een kennismakingsgesprek. Toen hij me die vraag stelde, antwoordde ik spontaan: “De stapels papier!”
Zoals het rechtgeaarde magazinemakers betaamt, zijn wij Roulartianen allemaal verslingerd aan papier. Niets komt nog maar in de buurt van dat onbeschrijflijke gevoel dat enkel een gedrukt magazine je kan geven. Maar daar had ik het natuurlijk niet over. Ik had het over de mapjes en werkdocumenten die op de bureaus verspreid lagen. Die sprongen meteen in het oog, vooral omdat ik zelf zo goed als niets meer afprint.
Nu, dat was niet altijd zo, hoor! Jarenlang vond ik het nuttig – en zelfs noodzakelijk – om belangrijke documenten of informatie systematisch af te drukken. De muren achter mijn bureau, de kastdeuren en zelfs de ramen waren behangen met backtimings, productieflows, dringende ‘to do’s’ en ‘do not forget’s’. Op mijn bureau lag steevast een hoopje mappen in verschillende kleuren, die allemaal een bepaalde betekenis hadden. De kleurencode ging van rood over oranje tot blauw: pas als je aan het blauwe mapje toekwam, wist je dat het project bijna was afgerond. Op de één of andere manier gaf die uitgeprinte informatie op ooghoogte me rust. Meer grip op de situatie. Het gevoel dat ik het project onder controle had.
Maar de tijdsgeest veranderde snel, en de technologie bood nieuwe mogelijkheden. Op een blauwe maandag werd de futureproof new way of work – ook wel bekend als NWOW- ingevoerd. Voor mensen zoals ik die al jaren op een bepaalde manier werkten, was dit een ingrijpende verandering. Dág vaste werkplek, vaste telefoonlijn en privé opbergkast! In ruil kregen we dynamische eilanden met flexplekken, waar iedereen mocht aanschuiven, en intieme hoekjes met gigantische oorfauteuils om dingen te bespreken die niet voor alle oren bestemd waren. Persoonlijke spullen gingen bij aankomst in een locker, en voor je werkdocumenten kreeg je exact een meter kastruimte. Eén meter! Uiteraard werd gelijk ook het aantal printers fors gereduceerd. Logisch: alle documenten en informatie hoorden vanaf nu op de server, in een virtuele mappenstructuur, dus waarom hadden we nog zoveel printers nodig?
Gelukkig is een mens flexibel, en na een aanpassingsperiode met vallen en opstaan, begon ik de voordelen van dat nieuwe werken écht wel in te zien. Een clean desk, zonder clutter die eigenlijk ook afleidt. Een lichtgewicht laptoptas, in plaats van een loodzware draagzak met mapjes en documenten, beter voor je rug. Altijd de laatste, up-to-date informatie bij de hand: superhandig als je aan versie 7 van een planning zit. Maar het allermooiste vond ik dat we ons opeens heel erg bewust werden van ons printgedrag. Ons afvroegen of dat document printen nu écht wel nodig was. En dat leidde automatisch tot een drastische afname van het aantal printopdrachten.
Bij Roularta kreeg ik drie jaar geleden een vaste werkplek en een telefoontoestel, wat ik stiekem best wel leuk vond. Maar printen? Nee, dat had ik afgeleerd. Ik bleef een fervente aanhanger en promotor van de ‘no print-strategie’, tot groot jolijt van mijn nieuwe collega’s. Maar kijk, intussen heeft corona thuiswerk genormaliseerd en gaan we ook in het BMC naar het nieuwe werken, inclusief flexplekken. Misschien een uitgelezen kans om met z’n allen papier te sparen en minder te printen? Het échte printen, het drukken dus, dat laten we met plezier aan onze collega’s van de drukkerij over! Deal?
Spreken voor publiek 2.0
Enkele weken geleden kreeg ik de vraag om tijdens de volgende P&O-teammeeting een presentatie te geven over de migratie van de KW-website naar WordPress. Een leuke uitdaging, want op die manier kon ik het project, waar we vorig jaar toch enkele maanden intens op gewerkt hadden, even in de ‘spotlights’ zetten bij de collega’s en meteen ook de teamleden bedanken voor de geleverde inspanningen.
Toch bezorgde het me ook wel wat gezonde stress. Voor een groot publiek spreken is immers niet onmiddellijk iets wat ik vaak moet doen. En dus probeerde ik me de tips die ik kreeg tijdens de opleiding ‘Spreken voor publiek’ voor de geest te halen.
Al snel werd me echter duidelijk dat een presentatie geven via Zoom toch net iets anders is dan voor een live-publiek. Tips zoals oogcontact maken, of kijken naar de mimiek van je publiek is niet eenvoudig in een Zoom-sessie met 60 collega’s waarbij de meeste hun camera hebben uitgeschakeld om de sessie niet al te zwaar te belasten.
Maar gelukkig zaten in de opleiding nog meer interessante tips: een logische structuur, een duidelijke Powerpoint met niet teveel inhoud op 1 slide,….En aangezien beelden sneller opvallen dan tekst alleen, zorgen enkele sterke visuele elementen voor wat afwisseling.
Mijn presentatie zou ook halfweg even onderbroken worden door een collega die 1 onderwerp meer in detail zou toelichten, wat voor extra dynamiek zou zorgen.
Wat vanzelfsprekend ook onmisbaar en waardevol is, is input van collega’s die de presentatie vooraf al eens kunnen doornemen en feedback geven.
Afgaand op de reacties die ik achteraf kreeg van enkele collega’s is de presentatie uiteindelijk goed verlopen. Maar wie weet, kan binnenkort misschien ook een opleiding ‘Spreken voor een online publiek’ georganiseerd worden. Ik zou me alvast zeker inschrijven!
We lieten een stukje verleden achter, maar kijken vol spanning uit naar onze nieuwe werkplek. BMC, here we come!
Verhuizen. Een woord dat velen spontaan kippenvel bezorgt. Het doembeeld van opruimen en inpakken. Verhuizen mag dan wel klinken als iets heel praktisch, maar dat is het niet. Want bij een verhuizing kom je een stukje van je verleden tegen. Moet je beslissen welke herinneringen je meeneemt en welke nu definitief in de prullenbak mogen. En dat kan grappig, pijnlijk, emotioneel of net heel bevrijdend zijn…
Ik verhuisde zelf nog maar twee keer in mijn leven: van Limburg naar Brabant, en van Brabant naar Antwerpen. Best weinig, realiseer ik me, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de vele verhuizingen die ik professioneel meemaakte. Mijn eerste werkplek lag in hartje Brussel, wat ik als jong provinciaaltje wel héél erg spannend vond. Werken vlakbij de chique Avenue Louise was een belevenis, de eeuwige zoektocht naar een parkeerplaats nam ik er graag bij. Na een paar jaren werd die plek ingeruild voor een kantoor aan de rand van Brussel, waar vliegtuigen zo laag overvlogen dat je de ramen moest sluiten om te kunnen telefoneren. Lang geleden dus, toen ramen in kantoren nog open gingen! Vervolgens werd het bedrijf overgenomen en ging het richting Antwerpen, naar de beroemde Jan Blockxstraat waar onder andere Flair gehuisvest was. En zo verhuisde ik nog een keer of zes tussen Antwerpen, Diegem, Herent en Mechelen, om tenslotte bij Roularta te belanden. Eerst in Zellik, binnenkort dus in Evere.
Aan elke verhuizing ging opruimen vooraf. Nu zijn de meeste mensen die in de media werken notoire jagers en verzamelaars. Opruimen betekende dus jarenlang opgestapeld papier, tijdschriften, persmappen, knipsels en andere documentatie doorploegen en labelen met een ‘keep’ of ‘go’. Voor creatieve geesten die goed gedijen in een ‘désordre organisé’, was dit telkens een ware beproeving. Toch was dat opruimen ook best plezant: er werd behoorlijk wat afgelachen, herinneringen opgehaald en leuke anecdotes verteld. Daarna werd in stijl afscheid genomen van de oude werkplek met een afscheidsdrink. De niet meer zo frisse restjes kwamen ooit weken later boven op onze nieuwe werkplek. Omdat er geen vuilnisbakken meer voorhanden waren, hadden we die ook maar ingepakt en met de verhuizers meegegeven.
En dan word je op een mooie maandagochtend in Zellik verwacht voor een nieuwe opruimdag. Door corona hebben we al een jaar geen toegang meer tot onze vergaarde schatten, en – toegegeven – dat maakte het opruimen een pak makkelijker. Gedateerd, niet meer relevant, onbruikbaar, letterlijk en figuurlijk bestoft? Gezwind vlogen mappen met afgesloten projecten, oude tijdschriften en andere rommel de vuilnisbak in. Mamoune kon ons tempo bijna niet bijhouden, en tegen de middag was de klus geklaard. We lieten een stukje verleden achter, maar kijken vol spanning uit naar onze nieuwe werkplek. BMC, here we come!
2020, wat een jaar!
Voor veel mensen is 2020 waarschijnlijk een jaar om snel te vergeten.
Zelf kijk ik er echter toch met een tevreden glimlach op terug. Op privévlak kon het jaar eigenlijk sowieso al niet stuk door de geboorte van ons zoontje in januari. Maar ook op werkvlak bracht het jaar tal van mooie verrassingen. Begin september werd de Digital Hub, de afdeling waarin ik werkte als Product Owner (PO), samengevoegd met onze IT-afdeling wat resulteerde in een nieuwe afdeling: P&O (Project & Ontwikkeling). De bedoeling is om binnen de P&O nieuwe initiatieven, afkomstig van andere afdelingen binnen Roularta, op een succesvolle manier te gaan ontwikkelen en implementeren.
Binnen de P&O werden in het najaar een aantal aparte scrumteams opgericht die onafhankelijk, maar volgens dezelfde methodiek, werken. Op die manier kan iemand, indien nodig, vlot van team veranderen.
Maar wat bezorgde me dan die glimlach, zie ik je denken. Wel, sinds begin november werd mijn takenpakket uitgebreid: naast PO binnen het WordPress migratie-team, werd ik Scrum Master van het content sites-team. Na jaren als PO te hebben gewerkt, krijg ik nu de kans om ook de skills van Scrum Master onder de knie te krijgen. Een mooie verrijking van mijn job en een welkome afwisseling ervan. In het begin was het even zoeken, mede doordat, net op hetzelfde moment, de nieuwe KW-site op WordPress in de steigers stond en bijna klaar was voor lancering, wat voor de nodige drukte zorgde. Maar ondertussen begin ik al aardig mijn weg te vinden in het Scrum Master-schap en kijk ik er naar uit om in 2021 mijn competenties erin nog verder te ontplooien.
Ik kijk dus hoopvol uit naar wat 2021 ons zal te bieden hebben! Het eerste deel van het jaar wordt waarschijnlijk nog een doorslagje van 2020, maar hopelijk kunnen we vanaf de tweede helft van het jaar terug naar een ‘normaler’ leven, waarbij we elkaar ook terug fysiek op de werkvloer kunnen ontmoeten! Ik kijk er alvast naar uit!
Zoom, zoom, zoom… Wat zouden we nu zonder jou doen?
Toen ik halfweg april de draad opnieuw oppikte na mijn moederschapsrust, werd ik op mijn eerste Zoom-meeting verwelkomd. Wist ik toen veel dat ik, net als mijn collega’s die het ondertussen al gewoon waren, in een nieuw tijdperk stapte.
Al snel kreeg ik een uitnodiging voor een korte, dagelijkse ochtendmeeting met mijn dichtste collega’s. Op deze meeting kan iedereen de status van lopende projecten meedelen en eventueel blokkerende punten aankaarten. Een ideale meeting voor mij dus om terug mee te zijn!
Ook de meetings met ons scrum-team waren vlotjes omgetoverd van fysieke naar digitale meetings. Bij de backlog refinement, waarbij stories of projecten toegelicht worden, of tijdens de sprint review, kan je gemakkelijk (nu ja, soms toch , je scherm delen met de collega’s. En ook de sprint retrospectief, waarbij we traditioneel onze opmerkingen op Post-its schrijven en erop stemmen, werd vervangen door een waardig alternatief in Google Docs.
Het was even wennen om vanuit mijn woonkamer binnen te gluren in de privé-werkomgeving van mijn collega’s, maar ondertussen ken ik al goed iedereen zijn werkstek. Al zorgen sommige collega’s af en toe nog eens voor een nieuw decor, soms zelfs tijdens een meeting, wat voor de nodige hilariteit zorgt. Net zoals we ook al eens werkmannen zien passeren op de achtergrond om ze daarna ook effectief aan het werk te horen.
En ik vermoed dat iedereen wel al eens vergeten is zijn micro terug te activeren wanneer hij of zij net aan het woord is. Waardoor de anderen je als een vis zien babbelen in beeld. Of misschien dacht je ook al eens dat je micro uitgeschakeld stond wanneer een huisgenoot even iets kwam zeggen, maar dat dat net niet het geval bleek te zijn. Gênante momenten loeren dus ook in een virtuele wereld snel om de hoek.
Er zijn nog meer gelijkenissen met fysieke meetings. Zoals collega’s die te laat komen, of die in een verkeerde “vergaderzaal” zitten, of meetings die uitlopen waardoor je plots ongewild binnendringt in een andere meeting.
Je ziet het, alles went. En al bij al is het een heel goeie oplossing om op een veilige manier de afstand tussen de collega’s kleiner te maken zodat ons werk toch ongehinderd kan worden verder gezet. En af en toe een vrolijke babykreet of een verstrooid gezinslid in beeld kan, in de meeste gevallen, voor die extra kruiding zorgen en de band tussen de collega’s verder versterken.
‘Er ontbreekt iets belangrijks: de koffiepauze’
Misschien ligt het aan mijn Italiaanse roots of aan mijn jeugd in het verre Limburg, maar ik ben verzot op koffie. Meer nog: ik ben een coffee addict – there, I said it. Espresso, cappuccino, latte macchiato? Ik lust het, en graag! ’s Ochtends word ik het liefst wakker met het aroma van verse koffie in mijn neus en ben ik pas écht aanspreekbaar na mijn eerste kop koffie. Althans, dat beweert mijn wederhelft. En daarna heb ik nog een aantal cafeïneshots nodig om me vlotjes doorheen mijn werkdag te loodsen. Mijn motto? ‘Keep caffeinated and carry on’.
Toch wil ik koffie niet reduceren tot de brandstof die mijn motor doet draaien. Nee, koffie is veel meer dan dat. Koffie is krachtig, maar ook zachtmoedig en gezellig. Koffie nodigt uit voor een goede babbel, maar geeft het ook een extra dimensie. Iets wat reclamemakers al lang begrepen hebben. Merkwaardig toch hoe een eenvoudig kopje dampende koffie mensen samenbrengt, vertrouwen schept, dat moeilijke gesprek nét iets makkelijker maakt…
De afgelopen maanden heb ik de voordelen van thuiswerken ontdekt. Geen tijdverlies in de file, minder verplaatsingen, meer efficiëntie – om er maar een paar te noemen. Maar één ding mis ik enorm: de koffiepauzes met de collega’s. Geen enkele zoommeeting kan tippen aan die – al dan niet toevallige – ontmoetingen aan het koffieautomaat. Laat staan ze vervangen. Even samen koffie halen heeft namelijk een functie. Meerdere functies zelfs. Het biedt je de kans om je benen te strekken. Om even te ontspannen. Om sappige verhalen en nieuwtjes te delen. Maar ook: de kans om je collega’s écht te leren kennen. Om informeel iets uit te leggen of te nuanceren. Om te ontdekken waar iemand mee worstelt of mee bezig is. En vooral: het biedt je een uitgelezen kans om ideeën uit te wisselen. Want de koffiepauze is de perfecte voedingsbodem voor spontaneïteit en creativiteit. Het moment waarop zaadjes geplant worden. Het moment waarop je mekaar voedt met inzichten en ‘besmet’ met ideeën. Nieuwe, misschien gekke ideeën, waar je in je eentje nooit zou opkomen en die – wie weet – zouden kunnen leiden tot iets moois.
Het is precies zoals de Bulgaarse filosoof Ivan Krastev het afgelopen zomer zo mooi verwoordde in Knack: “Er ontbreekt iets belangrijks: de koffiepauze. De toevallige gesprekken. De intensiteit van intellectuele contacten is weg. Ideeën zijn als virussen die elkaar besmetten. Online krijg je geen infecties.” Tot binnenkort aan het koffieautomaat?
