Het moet een raar gevoel zijn voor de bladeren van de eiken mastodonten langs de gewestweg voor onze deur wanneer ze afscheid nemen van hun prachtige variatie aan herfstkleuren en onder een zachte lentebries twijfeldwarrelend hun val zo lang mogelijk uitstellen. Ook dit jaar landen er duizenden op de grasperkjes voor onze tuin, waar ze traag maar zeker een bruin dekentje vormen en zich overgeven aan de stilte. Tijd voor een ruimbeurt, een scenario dat zich zoals steeds tot in de winter nog een paar keer zal herhalen.
En toch gaat dat nu net een beetje anders. En niet alleen omdat ik zomers gekleed ben en me afvraag hoe vaak iemand zonnecrème smeert wanneer hij of zij met het vallend blad aan de slag gaat. Normaal gezien ben ik bij dat harken lekker ingeduffeld en krijg ik het na een paar minuten warm bij een stevige herfstwind of de eerste koude. Nu verwelkomt mijn voorhoofd al snel een aantal kriebelende zweetpareltjes die zich net als de bruine bladeren aan de zwaartekracht schenken. Vooral anders omdat ik ook in mijn hoofd aan het gritselen ga. In de natuur (bezig) zijn, opent altijd wat vlotter de poriën naar de onderste lagen van jezelf.
We waren, zijn en worden om dan geweest te zijn. Een proces dat al even natuurlijk en vergankelijk is als dat van die eik. Ik kijk naar één van de dikstammigen aan de overkant van de straat en vraag me af hoe hij jaar in jaar uit naar mij kijkt wanneer ik steeds grijzer en met een dunnere natuurlijke isolatielaag op mijn hoofd de resten van zijn bloeiperiode verzamel. Uiteindelijk zullen we beide alle bladeren van ons afgeworpen hebben en finaal terugkeren naar waar we vandaan komen. Wat blijft, zijn gecomposteerde herinneringen. Van warm en voedzaam tot koud en zuur, waarbij een dosis kalk de bodem wat kan regelen en een basis slakkenfilosofie een onevenwichtige ziel kan neutraliseren.
Het is een mooie manier om stil te staan bij nu, je niet terug te laten waaien naar wat was en je zeilen niet te fel te richten op wat misschien ooit zal zijn. Loslaten wat achter je ligt. Aanvaarden niet te weten wat voor je ligt. Hoogsensitieve personen (HSP) doen er bovendien best aan om zich niet te fel onder te laten bladeren door wat naast hen lag of ligt.
Een paar jaar geleden zijn we echt gestart met composteren. Het viel me al op hoe omvangrijk je verzamelde afval op korte tijd wordt, hoe snel die hoop letterlijk en figuurlijk beweegt van het leven en ook weer verkleint en voedzamer wordt als je het op de juiste manier aanpakt. Het gaat om evenwicht tussen afbraak en aanvoer. Om verluchting en regelmatig omzetten. Op die manier blijft de hoop ongeveer even groot en kun je op termijn je tuin continu voeden met natuurlijke bouwstoffen en de cirkel van fauna en flora ronden.
Als je dat niet doet, groeit de slechts gedeeltelijk rottende massa je vroeg of laat boven het hoofd, zonder echt te vergaan. Dat proces geldt niet enkel voor je tuin maar ook voor jezelf. Overweeg daarom eens in welke mate je gedachtecomposteren in je dagelijkse leven kunt mengen. Net als bij die afvalhoop vergt het voor de één ongetwijfeld wat meer oefening dan voor de ander. Een handleiding of een gedachtetuinier uit je omgeving kan je misschien op weg helpen. Zolang je maar manieren zoekt om te verluchten en om te zetten zodat je niet verstikt of verzuurt.
Wat me nog opvalt wanneer ik langs Vlaamse wegen rijd of fiets, is hoezeer onze tuintjes van elkaar afgescheiden zijn. Tijdens het najaar zie je dat niet enkel aan hekjes en omheiningen maar ook aan bladvrij of niet. Sommigen gritselen militair correct tot aan de lijn. Anderen een beetje erover. Nog anderen nemen het werk van buurman of -vrouw spontaan zelfs grotendeels uit handen. Daarnaast zijn er mensen die zich vooral irriteren aan het feit dat die van ernaast helemaal niets doet terwijl die van ernaast zich afvraagt of al dat werk van de ijverige rijver wel zin heeft omdat alles uiteindelijk toch vanzelf verdwijnt.
Onlangs verscheen er een poll van onze Flair-collega’s op facebook: kan je nee zeggen op de vraag om meter/peter te worden of is dat not done? De vraag verhitte duidelijk de gemoederen, want er volgde meteen een stroom aan reacties. ‘Nee, dat kan je absoluut niet weigeren,’ meenden velen. Anderen waren het hier totaal niet mee eens: zij hadden de vraag vlotjes afgewimpeld. Iemand vond het net een compliment om gevraagd te worden, terwijl een andere dan weer waarschuwde voor het ‘lifetime commitment’, iets waar zij duidelijk niet veel zin in had. Tussen de reacties las ik ook veel teleurstelling van zowel ouders als petekinderen, omdat de meter of peter er op één of andere manier niet in geslaagd was om de verwachtingen in te lossen.
Persoonlijk vind ik dat je vooral heel goed moet nadenken over het meterschap. Want het is een engagement dat je maar beter ernstig neemt. Zelf heb ik het geluk om vier petekinderen te hebben tussen 17 en 31 jaar, en daar ben ik ontzettend trots op. Telkens wanneer mij de vraag om meter te worden gesteld werd, heb ik volmondig ja gezegd. Wat een eer dat mijn grote zus en drie van mijn beste vriendinnen deze speciale rol aan mij wilden toevertrouwen. En het voelde ook als een voorrecht om actief deel uit te maken van het leven van deze vier fantastische kerels én hun ouders.
Natuurlijk gaat het meterschap ook om cadeautjes en verwennerijtjes, maar eigenlijk zijn het vooral de aandacht en de kleine attenties die tellen. De oudste is intussen al lang afgestudeerd en doet nu ingewikkelde dingen bij een Nederlandse bank. Maar toen hij klein was, gingen we vaak met zijn tweetjes op stap, inclusief stiekeme bezoekjes aan McDonald’s. De tweede woont ver weg aan zee, maar toen hij onlangs voor de eerste keer papa werd, vond ik het ontroerend mooi dat hij me tijdens de babyborrel aan iedereen voorstelde als ‘mijn metertje’. De derde is een ontzettend lieve gast, die graag mee op vakantie gaat en die ik áltijd blij kan maken met mijn ‘home made’ spaghetti. En de vierde tenslotte, is geweldig knap en sportief en vindt het superfijn als ik naar zijn rugbymatch kom kijken. Feit is: ik heb met alle vier een goede band, en ze weten dat ik er voor hen ben. Als extra vertrouwensfiguur op de achtergrond. Als luisterend oor. Als supporter aan de zijlijn, letterlijk én figuurlijk!
Het zal dan ook niet verbazen dat ik ook bij Roularta al tweemaal ‘ja’ gezegd heb tegen het meterschap. Want het is essentieel om nieuwe collega’s een warm welkom te geven en ze te ondersteunen bij de start van hun nieuwe job. Naast hulp bieden bij allerlei praktische dingen, vind ik het vooral belangrijk om mijn opgedane kennis en ervaring te delen, zodat onze nieuwkomers de job (nog) leuker, interessanter én aangenamer vinden. En mijn metekinderen bij Roularta weten: ik ben en blijf hun grootste supporter. Aan de zijlijn.
Ben jij iemand die liefst naar de andere kant van de wereld trekt om alle remmen los te gooien of tot rust te komen? Corona heeft ons geleerd dat je niet altijd ver van huis moet gaan om moois te zien of leuks te doen. Je hoeft geen grootse escapades na te jagen om tot je rustige zelf te komen of onder de indruk te zijn van onze relatieve nietigheid in de natuur. En soms liggen de schoonste dingen voor het rapen. Ook wanneer je het niet verwacht en niet weet waarom je net op dat moment kijkt. Ingedommelde herinneringen worden aangewakkerd. Je ademruimte wordt gevuld met zuurstofrijk besef dat de tijd voorbijglijdt en je best nu bewust naar lucht hapt. Aangezien ik het gros van mijn jeugdvakanties in de streek van Sauer en Moezel doorgebracht heb, zal die ruimere regio een soort tweede heimat blijven, waar het fijn is om thuis te komen. Even ertussenuit in zes kiekjes.
Er zijn slechtere plekken om een lekker wijntje van de plaatselijke wijnboer te proeven dan op het terras van onze kamer op zijn domein, met zicht op de hellingen en wijngaarden langs de oevers van de Moezel. Zeker wanneer de harde aperitiefcrackers zich spontaan in een zachte vorm breken. ’s Ochtends de steile flanken omhoog joggen, de prachtige omgeving in me opnemen terwijl de vogels en kerkklokken doorheen het dal klinken. Oog in oog met een klein reetje dat uit het bos komt om voorzichtig wat gras te proeven. Parallel lopen met een wat oudere vierhoevige, zij doorheen de wijnranken en sneller dan ik op de grindpaden tussen de stroken waar druiven al even weelderig groeien als mijn positieve gemoed dat zich in de ochtendlijke koelte met warmte vult.
Traag door de straatjes van kleine dorpjes slenteren, het ene al wat drukker dan het andere. Zeker voor een slakje dat liever de rustigheid van bos en water opzoekt. Een lekkere koffie met een koekje op het bankje bij een vriendelijke ober. “Aber gerne”. Een blik op de mensen die passeren, iets waarvoor ik me vroeger wel eens bewust ergens nestelde. Kijken naar en denken over wat voorbijgaat. Het kelderwinkeltje ontpopt zich tot een schatkamer met mooie spullen. Zoals dit slakje, wat roestiger en rustiger dan vroeger, net als ik. Het krijgt een plekje in onze tuin, om voortaan hier te kijken naar wat zoal passeert.
“Jetzt ist die beste Zeit.” Eén van mijn eerste vakantieherinneringen is van een trip met mijn ouders en broers naar een camping in Cochem. De trip langs de Moezel bracht me daar vorige week terug. Destijds kende ik als jonge snaak vooral ‘nu’. Met ouder worden is het goed daar af en toe aan herinnerd te worden. Tijdens die vakantie rond 1980 was ik op de camping aan het rondrennen toen een Nederlander plots de deur van zijn stilstaande auto opende. Boenk! De schade bleef gelukkig beperkt en de grote zak snoep die de vriendelijke noorderbuur later die dag bij ons aan de tent afleverde, zorgde voor een glimlach en het besef dat elk nadeel een voordeel heeft. De boenk van een burn-out kan iets gelijkaardigs in zich dragen.
Een waarheid als een Duitse koe. “Er moet veel veranderen opdat alles blijft zoals het is.” Een oneliner die me terugzoomt naar wat ik eerder schreef, met een knipoog naar de kleine Celie in ‘The Color Purple’, over hoe een Afro-Amerikaanse vrouw ruim een eeuw geleden worstelde met haar identiteit en persoonlijke littekens. “The more things change, the more they stay the same.” Ik stootte op haar woorden tijdens mijn moeilijke persoonlijke periode en ze bleven me bij. Ondertussen vraag ik me af of dat mij veranderd heeft of er net voor zorgde dat ik dezelfde bleef, nu en dan misschien anders reagerend.
Tijdens mijn tienervakanties langs de Sauer ontdekte ik voor het eerst wat Hochwasser kan aanrichten. Ik herinner me hoe gras en plastic meters boven de grond in de bomen langs de oever hingen of dat we met de kano aan de overkant van de rivier aangespoeld en gedroogd hout sprokkelden voor het kampvuur. Zie het beeld van mijn vader die naast onze hond zit en samen met de buren aan de hand van stokjes het waterpeil in de gaten houdt. Weet nog hoe de boer-eigenaar de tractor van stal haalde om caravans in allerijl weg te slepen. Vorig jaar sloeg de natuur bijzonder hard toe, zowel in ons land als Duitsland, waar vooral de Ahr-vallei zware materiële en menselijke klappen kreeg. Vrouwlief en ik waren dan ook diep onder de indruk van de nog zichtbare ravage aan straten en huizen. De #solidAHRität in de regio is groot, ook dat is bewonderenswaardig. En net als bij ons is er nog veel heropbouwwerk aan de winkel. Exact een jaar na al dat water, kreunen we onder extreme temperaturen. De natuur laat niet met haar voeten spelen.
Bij hoge temperaturen zorgt een stevige boswandeling voor wat verkoeling. Heerlijk, mede omdat we na acht kilometer amper drie mensen zagen en volop van de omgeving genoten. Op een bepaald moment twijfelen we of het bordje ons rechtdoor op de vlakke asfaltweg dan wel schuin omhoog wijst. We kiezen schuin omhoog, het moeilijkere pad. Als het fout blijkt, keren we gewoon terug. We zaten effectief fout want op het volgende kruispunt komen verschillende routes samen. Terugkeren hoeft niet want onze route gaat ook via dat punt. Blij dat we fout kozen, anders hadden we dit mooie exemplaar niet gezien. De steen heeft een wat lichtere en een donkerdere kant. Als je goed kijkt, zie je zelfs de letters T en O. Soms moet je eens doorheen het donkere kijken om jezelf te ontmoeten.
Tommy Browaeys (Trends Business Information) schrijft rond mentaal welzijn en hoogsensitiviteit – Meer van zijn gedachtekronkels op waarjewerkelijkademt.be.
Op donderdag 1 september mocht ons zoontje voor het eerst naar school!
Gewapend met een mooie schooltas vol lekker fruit en koekjes én met nieuwe schoentjes aan, stapte hij die donderdag dapper de schoolpoort binnen. Om al even snel terug te keren op zijn stappen en met een betraand gezichtje nog een extra zoen te komen vragen als afscheid. Daarna maakte ik me snel uit de voeten. De juf had vooraf gezegd dat we het afscheid best zo kort mogelijk houden. En gelijk heeft ze wel. Zowel voor mijn zoontje als voor mezelf is dat de beste manier om het niet lastiger te maken dan nodig…
Ook op werkvlak voelt begin september altijd aan als een nieuwe start. Het zomerverlof zit er op, de batterijen zijn terug opgeladen en een mooie nazomer zorgt voor een vlotte overgang. Zonder traantjes, maar met een brede glimlach en veel goesting om van start te gaan met de projecten die in het najaar moeten geanalyseerd of opgeleverd worden.
Daarnaast is het ook een blij terugzien op kantoor met de collega’s. Sommige heb je enkele weken of zelfs een maand niet gezien, omdat verlofperiodes samenvielen of op elkaar aansloten. En er zijn veel jarigen bij ons op de afdeling in september, waaronder die van mezelf, en dat zorgt ervoor dat er regelmatig lekkere koekjes of snoepjes aanwezig zijn op de kantoordagen.
Zelf had ik me op de eerste schooldag getrakteerd op een verlofdagje. Niet dat ik veel speciale dingen heb gedaan… ik was vooral aan het aftellen naar het moment dat ik mijn zoontje terug mocht gaan oppikken aan de schoolpoort. En tot onze grote verbazing en opluchting kwam hij moe, maar duidelijk heel tevreden op me afgelopen! Hij heeft zijn start duidelijk niet gemist!
En ons team ook niet, want ondertussen hebben we al de nieuwe Sportmagazine-website op WordPress gelanceerd!
Campagnemanagers
Ben je net als ik een product van de jaren ’70? Dan heb je het begin van MTV meegemaakt en ken je iemand als Ray Cokes niet enkel van Belgium’s Got Talent. Non-stop videoclips, nadien aan elkaar gepraat door de zogenaamde VJ’s, waaronder zelfs onze Marcel Vanthilt. Languit op de bank naar muziek kijken. Muziek heeft me altijd geraakt. Waar ik echter het meest van onder de indruk was: de zogenaamde unplugged sessies die de populaire zender eind jaren ’80 lanceerde. Letterlijk betekent het ‘zonder stopcontact’. Bekende artiesten of groepen gaan daarbij de akoestische toer op en laten elektrische versterking achterwege. Tonen en vooral stemmen in hun puurste vorm, zonder welke kunstmatige correctie dan ook. Ik herinner me als gisteren hoe de haren op mijn armen de hoogte opzochten bij de krakende stem van Kurt Cobain. Denk aan de jonge Eddie Vedder van Pearl Jam en zoveel andere toppers.
Hun muziek lijkt daardoor wat te vertragen maar net daardoor ook echt helemaal binnen te komen. Ik denk dat ik het Natalia eens tijdens een interview heb horen zeggen: “Als je vertraagt, connecteer je beter”. Bij mij is het in ieder geval zo dat ik daarom bijna altijd voor akoestische versies van nummers kies. Of voor stukjes waarin muziek de vrije loop krijgt en je tot in je diepste vezels raakt als je jouw poriën helemaal opent.
Dat vertragen is ook in het leven een manier om beter te verbinden, met mensen om je heen, je biotoop en jezelf. Het staat haaks op de trend waarbij iedereen altijd maar sneller wil rennen tot ze zichzelf mentaal voorbij hollen of hun lichaam uiteindelijk stop zegt wanneer signalen te lang genegeerd worden. Bij een te hoge belasting nemen zwemmers of langeafstandlopers bijvoorbeeld onvoldoende zuurstof op. Dat geldt ook gewoon van dag tot dag en op je werk. Ik heb aan den lijve ondervonden wat mentale verzuring met een mens kan doen als je onvoldoende ventileert of unplugt. Er zijn mensen die hun overdreven tempo een heel jaar proberen vol te houden en tijdens de vakantie (over)compenseren. Je hebt er die daarin slagen en zich overeind houden. Anderen kraken net daardoor omdat een wet in de fysica stelt dat te plotse veranderingen in de omgevingsfactoren nefast kunnen zijn. Denk aan weekendmigraine.
Het is als een hardloper die spurtend zijn hartslag omlaag probeert te krijgen. Ik loop wel eens een rondje en heb eerder geprobeerd om mijn snelheid op eerder kortere afstanden te verhogen, bijvoorbeeld via intervaltraining. Het pompje achter mijn ribbenkast zoekt daarbij echter nog steeds altijd snel de hogere slagregionen op waardoor het meer weerstand dan uithouding is. Op langere afstanden is het dan weer net de bedoeling om tot een ritme te komen waarop je als het ware kunt blijven lopen. Daar is die befaamde kruissnelheid.
In die optiek heb ik slow running ontdekt, nadat ik tips kreeg van een echte atleet. Daarbij is het de bedoeling om lange afstanden te lopen maar altijd onder een bepaalde hartslag te blijven, ook wanneer je daardoor trager moet lopen. Ik geef toe dat het wennen is als je zo door het landschap lijkt te slenteren. Maar het aangename is dat je ademhaling zo gecontroleerd blijft dat je er zelf rustig van wordt. Dat je in plaats van hijgend vast te stellen hoe je in weerstand gaat de tijd hebt om eens goed naar links of rechts te kijken en te beseffen hoe mooi de bosrijke omgeving is. En vooral: dat je bij aankomst het gevoel hebt hetzelfde rondje gemakkelijk nog eens over te kunnen doen terwijl je sporthorloge aangeeft dat je goed hersteld bent. Na verloop van tijd zou je snelheid volgens hetzelfde advies automatisch hoger gaan liggen. Het loont trouwens de moeite om eventuele vaste routes eens in de omgekeerde richting te lopen en de weg (of dingen in je hoofd) rustig van een andere kant te bekijken.
Het spreekt voor zich dat niet iedereen dezelfde drempel heeft om al dan niet in het rood te gaan. Iedereen heeft zijn eigen omslagpunt. Je hebt spurters, specialisten van de middellange afstand, marathonlopers en joggers. Usain Bolt liep bij zijn wereldrecord van 9,58 seconden op de 100 meter gemiddeld 38 kilometer per uur, met een topsnelheid van ruim 44. Wetenschappers spreken elkaar trouwens tegen hoe hard een mens zou kunnen lopen. Sommigen beweren dat de limiet op 65 ligt. Op de marathon, waarbij ik altijd versteld sta van het tempo dat die sierlijke lopers aanhouden, is de magische grens van twee uur doorbroken.
Als die atleten van discipline wisselen, kan het wel eens slecht aflopen. Daarom hebben zij respect voor elkaars prestaties. En dat horen ook wij in het dagelijkse leven te doen. Het is niet omdat iemand bewust beslist om wat trager – en daardoor eigenlijk net harder – te leven dat ook anderen dat moeten doen. Ik hoop dat we elkaars kruissnelheid aanvaarden. Leg niemand jouw tempo op en laat anderen jou dat van hen niet opdringen. Wederzijds begrip is een mooie deugd.
Bepaal daarom zelf in welke mate je de stekker er tijdens de vakantie uittrekt. Doe het in ieder geval bewust. Eén langere akoestische sessie per jaar of verspreid in een aantal kortere varianten. Kies je daarbij voor connectie met jezelf of de buitenwereld, wat sociale media betreft? Wordt het uptempo, vertragen, unplugged of geef je jezelf op een bepaald moment volledig over aan de stilte? Misschien houd je net als ik ergens onderweg wel eens halt, sluit je terwijl je bewust ademt volledig de ogen om blootvoets of op je rug liggend te aarden. Laat je de omgeving je ziel kietelen. Je bewustzijn prikkelen. Je hartslag rusten. En voel je hoe je werkelijk bent waar je bent.
Tommy Browaeys (Trends Business Information) schrijft rond mentaal welzijn en hoogsensitiviteit – Meer van zijn gedachtekronkels op waarjewerkelijkademt.be.
Niet iedereen is fan van celebrity-kok Jamie Oliver, maar persoonlijk kan ik me helemaal vinden in zijn no nonsense kijk op koken. Lekker makkelijk en nog gezond ook! In augustus vorig jaar pakte Jamie uit met een nieuw kookboek ‘Samen eten’ – een ‘overheerlijke ode aan superlekkere maaltijden om met z’n allen van te genieten’, aldus de achterflap. Misschien vond hij het wel slim om dit boek net na corona uit te brengen, of misschien wilde hij gewoon een punt maken: met familie of vrienden van een maaltijd genieten is belangrijk!
Dat laatste kan ik alleen maar kan onderschrijven. Ook in ons gezin wordt het ritme bepaald door drukke agenda’s. Geen tijd voor een gezellig ochtendritueel: man en zoon waaien na elkaar de keuken binnen en vliegen even snel de deur weer uit. Lunchen doen we ook apart, want de ene zit op school, de andere op kantoor en de laatste heeft een call met de andere kant van de wereld.
Het avondmaal is het rustpunt aan het einde van de dag. Dan sta ik erop om samen rond de tafel te zitten. Eindelijk de kans om even bij te praten. Te checken of het een leuke of een baaldag was. Te voelen hoe het nu eigenlijk écht met je huisgenoten gaat. Feit is: niets werkt beter dan een pasta of een ovenschotel om te connecteren met elkaar.
En dat geldt natuurlijk ook op het werk. Ik was jarenlang omringd met supercreatieve collega’s die graag en goed konden koken. Het leuke was dat we daar met z’n allen van mochten meegenieten. Elke gelegenheid was goed om zelfgemaakte hapjes en lekkernijen mee te brengen. Heerlijk! Toch ging het een aantal jaren geleden bijna helemaal mis toen collega E. ons wilde trakteren op een lekkere Italiaanse bruschetta. Hiervoor had ze een broodrooster en zelfgekweekte tomaatjes van thuis meegebracht. Tijdens de lunchpauze ging ze in ons keukentje aan de slag, tot we opgeschrikt werden door de oorverdovende sirene van het brandalarm. Het hele bedrijf werd stante pede geëvacueerd, iedereen stond met zijn plateau of boterhammetjes op straat. Bleek dat de broodrooster net onder het brandalarm stond, en dat de hitte van het toestel het alarm had geactiveerd! Onze toenmalige leidinggevenden schudden hun hoofd over zoveel gebrek aan gezond verstand, maar waren uiteindelijk toch vooral opgelucht dat het gebouw niet écht in brand stond.
Samen eten met je collega’s zorgt voor ‘togetherness’, een soort verbondenheid die je met mekaar deelt tijdens een drukke werkdag. En het mooie is dat Roularta dat ook erg stimuleert door hier fijne ruimtes voor te creëren, zoals Bar Jos in Evere bijvoorbeeld. Je kan er lekker eten, bij mooi weer bijpraten op het terras en nieuwe mensen ontmoeten. Spannende experimenten met broodroosters? Die behoren definitief tot het verleden!
Op maandag 2 mei was het eindelijk zover. Na maanden van analyse, ontwikkeling, testen en set-up werden de nieuwe websites van Knack, LeVif, Knack Weekend, LeVif Weekend, Knack Focus en LeVif Focus op WordPress gelanceerd!
Zo’n ‘big bang’ vraagt natuurlijk om een extra inspanning, dus trokken we die dag met een aantal Product Owners (PO’s) en ontwikkelaars al vroeg – om 4u30 – in de ochtend naar Evere. Ook 2 Nederlandse ontwikkelaars waarmee we samenwerken, waren speciaal voor de gelegenheid de avond ervoor al afgezakt naar België.
Na een laatste testronde om de pre-productieomgeving door de redacties en door de PO’s om 6u, was het rond 7u eindelijk zover: de ‘GO’ button kon worden ingedrukt! Driewerf hoera, de nieuwe sites stonden er!
Nu kwam het spannendste moment: hoeveel vragen zouden er komen van de redacties? Zouden er zaken op de site fout gaan? Zouden de nieuwsbrieven nog goed uitgestuurd kunnen worden? Hopelijk was er geen rollback nodig?
Gelukkig werd al snel duidelijk dat er geen grote issues naar boven kwamen. De kleinere vragen die er van de redacties kwamen, konden snel oplossen of laten bekijken door een ontwikkelaar.
Ondertussen zijn we enkele weken verder en is de nazorg al heel wat minder. Dat zorgt ervoor dat we ons kunnen focussen op de volgende sites die gemigreerd moeten worden naar WordPress: Sportmagazine en Trends. Gewapend met een flink pak ervaring uit het verleden, hebben we het project met veel enthousiasme omarmd en kijken we uit naar de volgende vroege afspraak. Koffiekoeken zijn altijd welkom!
Terrible two
Onlangs vierden we de tweede verjaardag van ons zoontje! Twee jaar al! Wat is de tijd voorbij gevlogen! Zijn eerste lachje, zijn eerste stapjes, zijn eerste woordjes… zoveel veranderingen op korte tijd en allemaal mijlpalen om te koesteren. Het was ook een periode waarin we ons moesten aanpassen en ons nieuwe dingen eigen moesten maken. En ons huis peuterveilig maken. Wat is ons leven in die twee jaar veranderd!
Maar het leven is natuurlijk van iedereen de voorbije twee jaar veranderd. Al lag dat niet aan onze zoon… De pandemie heeft er immers voor gezorgd dat we allemaal anders zijn gaan leven. Er kwam iets nieuws in ons leven waardoor we onze dagelijkse routines plots volledig moesten herzien: thuiswerken met kinderen die niet naar school gingen en plots een deel van onze kantooromgeving werden. Een koffie aan de automaat werd daarbij een trip naar de keuken en de korte update over de laatste nieuwtjes met collega’s werd een opfrissing van de tafels van vermenigvuldiging. De levenslijn met de werkvloer werd er een van zoommeetings en chatsessies.
Ondertussen zijn we met de tweede verjaardag van de pandemie ook beland in de periode van “ik ben twee en ik zeg nee”. Anders dan bij de gemiddelde peuter is dat iets minder geworden voor Covid-19. De maatregelen zijn inderdaad wat soepeler geworden, al leek het venijn met de omikronvariant wel in de staart te zitten. De meesten zijn al een vaccinprik verder, maar thuiswerken is wel nog steeds de norm. Quarantaines zorgen er bovendien voor dat zo’n huisarrest recent eerder regel dan uitzondering wordt. En dat heeft ongetwijfeld een impact op de organisatie, maar ondertussen jongleren we gelukkig met zoom en andere digitale hulpmiddelen om naar best vermogen alle ballen, professioneel en privé, in de lucht te houden.
Al is het natuurlijk niet altijd een sinecure. Wie niet kan rekenen op de hulp van bijvoorbeeld grootouders heeft meer dan twee handen en twee voeten nodig om die ballen in de lucht te houden. Hoe leg je een kindje van bijvoorbeeld 4 jaar uit dat het stil moet zijn terwijl je een belangrijke call hebt? Of hoe kan je het een hele werkdag bezig houden, zonder dat je continu moet helpen meespelen?
Sowieso snakken we allemaal naar wat normaliteit. Geen nieuwe, maar echte. Een derde kaars uitblazen op de coronataart is dus hopelijk niet nodig. Tegen dan gaat onze kleine kapoen wel al naar de klas en wacht ook hem wel een nieuw normaal. En dat wordt weer even wennen. Voor hem, maar ook voor ons. Maar corona heeft ons gelukkig wel geleerd hoe om te gaan met verandering. De silver lining, weet je wel…
Regionale journalisten
