Laatst keek ik naar mijn bureau en moest ik lachen. Aan de ene kant lag een stapel stofstalen, een notitieboek vol half uitgewerkte ideeën en een paar losse aantekeningen waarvan ik eerlijk gezegd niet meer precies wist waar ze over gingen. Aan de andere kant stond mijn laptop open met een Excel-bestand vol planningen, deadlines en cijfers. Dat bureau zegt eigenlijk alles over hoe ik werk.

Ik heb jarenlang gedacht dat ik een creatieve chaoot was. En dat klopt ook wel een beetje. Ik kan enthousiast worden van een nieuw idee voordat het vorige idee helemaal af is. Mijn hoofd zit meestal voller dan mijn agenda en als ik ergens inspiratie zie, wil ik daar meteen iets mee doen. Maar tegelijkertijd word ik ook heel gelukkig van structuur. Alles vindt plaats in mijn hoofd. Van een planning die klopt. Van lijstjes die afgevinkt kunnen worden. Van cijfers die ergens een verhaal vertellen. En ja geluk zit ‘m ook in een Excel-bestand waarin alles netjes op zijn plek staat.

Misschien ben ik daarom zo dol op mijn werk. Omdat ik er allebei mag zijn. De creatieveling die buiten de lijntjes wil kleuren. Vroeger dacht ik dat die twee kanten niet goed bij elkaar pasten. Alsof je moest kiezen: ben je de creatieve geest of degene die alles organiseert? Inmiddels weet ik dat juist die combinatie mijn kracht is. Want creativiteit krijgt pas echt ruimte als er een basis ligt. Als de kaders duidelijk zijn. Als je weet waar je naartoe werkt. Dan ontstaat er ruimte om te experimenteren, nieuwe dingen te proberen en soms bewust buiten de lijntjes te kleuren.

Misschien is dat ook wel wat ik zo leuk vind aan mijn werk. Geen dag is hetzelfde. Er is altijd ruimte voor nieuwe ideeën. Maar achter de schermen draait alles op structuur, samenwerking en planning.

11 april 2026. Overshoot day voor België. Als iedereen zou leven, zoals wij in ons Belgenlandje, dan zouden de grondstoffen die de planeet op 1 jaar tijd kan aanmaken na amper 3,36 maanden al opgebruikt zijn. Ik kan het niet helpen om stil te staan bij onze consumptie en productie. In mijn privéleven probeer ik steeds mijn groenste beentje voor te zetten: zo eet ik regelmatig vegetarisch, ben ik een trouwe klant bij TooGoodToGo, probeer ik alles tweedehands aan te kopen en kies ik zoveel mogelijk voor het openbaar vervoer. Yes, zelfs op reis… byebye vliegreizen, hellooo nachttrein!

Op bezinmomentjes als deze ben ik oprecht blij dat ik een werkgever heb, die ook stilstaat bij duurzaamheid. Maandag 20 april opende Roularta Media Group hun nieuwste zonnepanelenpark in Roeselare. Verspreid over de twee vestigingen lagen er al zo’n 2.000 zonnepanelen en met deze extra investering van 1,1 miljoen euro verdubbelen we dat direct. Er komen 2.933 zonnepanelen bij, die jaarlijks 2.000 megawattuur moeten opwekken. Dat is het equivalent van het stroomverbruik van 565 gezinnen. Daarmee kunnen we de uitstoot van Roularta met 120 ton terugdringen. Een investering die de moeite waard is, als je het mij vraagt.

Samen met Natuur & Bos, de landschapsarchitect en Natuurpunt maakte RMG werk van een goed doordacht ontwerp. Zo zitten er wadi’s in het park, zijn de zonnepanelen op verschillende hoogtes aangelegd en zorgt men ook voor beplanting rondom en tussenin, die de biodiversiteit helpt. En zelfs nu na de opening staat het niet stil. Zo onderzoekt men de mogelijkheid voor batterijopslag om de opgewekte zonne-energie nog efficiënter te benutten.

Er zijn ook veel RMG-initiatieven die naast het zonnepanelenpark misschien klein lijken, maar wel verschil maken. Zoals de Spring & Swap: vorige maand kon je in de HAPPIE kleren of accessoires, die je niet meer draagt maar nog bruikbaar zijn, doneren in een rode box. Ik dook zelf ook in mijn kast en schonk enkele kleedjes, die te kort zijn voor mijn 1,83 meter en te klein geworden T-shirts. Intussen staat het rek in de HAPPIE en kan je er spullen ruilen: neem je iets mee, hang dan ook iets terug. Wat te lang blijft hangen, gaat naar een goed doel of de kringwinkel.

In het begin van mijn loopbaan bij Roularta leken die SDG’s me heel bizar. “Vier punten om duurzamer te zijn, yeah right.” Maar ik besef nu dat het zoveel meer is. De resem aan initiatieven toont dat het geen loze woorden zijn en dat we ons best blijven doen! Die grote missie om tegen 2040 CO2-neutraal te zijn, daar duim ik alvast voor. De belangrijkste stappen zijn gezet. Maar wat mij betreft, mogen we nog ambitieuzer zijn en dat kan gerust ook klein zijn. Zoals nog meer inzetten op een vegan aanbod, dat iedereen eindelijk eens alle lichten uitdoet wanneer ze als laatste vertrekken van op de werkvloer of dat de wekelijkse lokale groenteboer bij Roularta terugkeert. Stapje per stapje en dan komen we er wel!

Deze week nemen we bij Libelle Lekker afscheid van onze hoofdredacteur Karolien. Ze blijft binnen de Roularta-familie, maar voor ons voelt het anders: alsof iemand uitvliegt met wie we jarenlang elke dag rond dezelfde tafel zaten.

Dus vieren we haar zoals wij dat het liefst doen: met eten, gesprekken en veel volk rond het keukeneiland. Terwijl het feestje vorm krijgt, zie ik de kern van hoe we al die jaren samenwerkten.

Karolien zet de krijtlijnen uit. De locatie? Bij haar thuis. Vier data om uit te kiezen. Zij zal schnitzels bakken, haar specialiteit. Wij brengen de rest mee. Om het overzicht te bewaren maakt ze een poll: wie zorgt voor drank, hapjes, dessert? Duidelijk geregeld, zonder alles vast te leggen.

Zo leidde ze onze redactie: met richting, en tegelijk ruimte voor ieders eigenheid en creativiteit.

Wanneer we vrijdagavond binnenkomen, staat ze ons op te wachten in haar keuken. Niet met een kommetje chips klaar, wel met open armen en het vertrouwen dat het goed komt. En dat gebeurt ook. Het aanrecht vult zich vanzelf met artisjokharten en daslookmayonaise, glazen worden doorgegeven, iemand anders schikt nog snel een schaal vol zoute chips. Zonder veel woorden valt alles samen.

Misschien is dat de essentie van sterk samenwerken: dat iedereen iets bijdraagt, en dat daar genoeg vertrouwen voor is.

Na een geconcentreerde dans in de keuken, tovert ze twee grote schalen vol schnitzels op tafel, goudgeel en knapperig. Een gerecht dat door de jaren heen verfijnd werd, met pecorino en citroenzeste – een tip van redactrice Natalie. Er wordt geproefd, gepraat, gelachen. Ook de tomatensaus krijgt complimenten. Ze toont ons het geheime ingrediënt: een fles chili-olie. Collega Manon neemt er meteen een foto van. “Een goede tip voor onze lezers,” lacht ze.

Ik denk terug aan wat Karolien zei tijdens een van onze laatste bila’s: “Het begint me te dagen: wij zíjn Libelle Lekker.”

Dat is wat ze ons nalaat: niet alleen mooie herinneringen, maar een manier van werken. Samen iets maken, elkaar aanvullen en erop vertrouwen dat het geheel sterker wordt dan wat ieder apart kan doen.
Aan een tafel vol eten zie je ineens hoe waar dat is.

Binnen Roularta geloven we sterk in de kracht van een warme, goed begeleide start. Een nieuwe job is altijd spannend, en daarom zetten we bewust in op een gestructureerd buddy-systeem. Onlangs kreeg ik zelf de kans om buddy te zijn voor een nieuwe IT-collega. Het is een fijne ervaring die ik graag met jullie deel!

Voorbereiding: een vliegende start begint vóór dag één
Twee weken voor zijn eerste werkdag vroeg mijn leidinggevende of ik zijn buddy wilde zijn. Die rol houdt meer in dan enkel een aanspreekpunt zijn. Ik stelde een opstartplan op zodat hij tijdens zijn eerste weken verschillende kennismakingsgesprekken kon voeren met collega’s uit uiteenlopende teams. Zo kreeg hij meteen een breed beeld van onze organisatie én de mensen die ze dragen.
Daarnaast zorgden we ervoor dat hij alle nodige opleidingen kreeg om met vertrouwen aan zijn functie te beginnen.

Een warm welkom
Op zijn eerste werkdag lag er een kleine verrassing klaar: een onderlegger, cursusblok, Dopper waterfles en koffiekop met het logo van Roularta erop. Geen grote dingen, maar wel attenties die tonen dat we blij zijn dat hij er is. Tijdens de middag trokken we samen naar de Happie voor een eerste lunch. Nadien gaf ik hem een rondleiding door het gebouw. Hij was zichtbaar onder de indruk van de grootte van onze vestiging in Roeselare. Onderweg stopten we even bij de personeelsdienst, waar hij enkele vertrouwde gezichten terugzag van tijdens zijn sollicitatieproces.

Aandacht en opvolging
Tijdens zijn eerste werkweek plande ik bewust enkele korte overlegmomenten in. Niet om te controleren, maar om te luisteren: vond hij zijn draai al? Waren er nog praktische vragen? Had hij ergens ondersteuning nodig?Op donderdag nam ik hem ook mee naar de wekelijkse Happiedrink — een ideale gelegenheid om op een informele manier nog meer collega’s te leren kennen.

Intussen helemaal mee
We zijn nu enkele weken verder en onze nieuwe collega is intussen volledig geïntegreerd in het team. Hij behaalde al drie certificaten via de opleidingen die hij volgde. Een mooi bewijs dat een goede start écht helpt om snel vooruitgang te boeken!

Goed begonnen is half gewonnen — en dat geldt zeker binnen ons buddy-systeem.

In mijn vorige blog vertelde ik over mijn nieuwe jobverdeling (50% Marketing en 50% Roularta Advertising) en hoe mijn takenpakket eruitzag. Intussen zijn we enkele maanden verder, en begint alles steeds meer op zijn plaats te vallen. 

Mijn grootste mijlpaal bij Roularta Advertising van de voorbije periode is zonder twijfel de migratie van de regie naar Basedriver. Dat project is ondertussen succesvol afgerond, iets waar best veel werk en voorbereiding in gekropen is. Heel blij dat ik dit project, samen met Leonie, succesvol heb afgerond. Sinds oktober worden de dedicated mailings via Basedriver verstuurd, en sinds deze week lopen ook de enquêtes van Roularta Research via datzelfde platform. Daarnaast ben ik, naast mijn dagdagelijks werk, momenteel volop bezig met een nieuw project rond het werven van opt-ins voor Roularta Research. Het doel is om onze database niet alleen te laten groeien, maar ook relevant en up-to-date te houden.  

Ook binnen Marketing zijn er meerdere, interessante projecten lopende. Zo heb ik recent een enquête opgezet bij Trends en Trends-Tendances waarbij we polsen naar de algemene tevredenheid van onze abonnees. Met deze enquête willen we achterhalen welke aspecten van hun abonnement de abonnees beschouwen als waardevol en welke zaken er verbeterd kunnen worden. De inzichten die verzameld worden, geef ik door aan mijn collega’s zodat zij dit verder kunnen bekijken. Verder ben ik druk in de weer met een bende andere projecten zoals het optimaliseren van de paywallhitters-flow, het wijzigen en uitbreiden van de onboardingflow voor abonnees, de nieuwe editie van de Trends Beleggers Challenge en het opzetten van de campagnes omtrent strips in de Mijn Magazines-applicatie. 

Zoals jullie kunnen lezen, is het al druk geweest de afgelopen maanden. Wat de balans tussen Marketing en Regie betreft: die blijft voorlopig een werkpunt. De drukte aan beide kanten valt nog vaak samen, waardoor het soms zoeken blijft naar de juiste prioriteiten. Het is nog steeds een uitdagende, maar boeiende combinatie. En hoewel die balans nog niet helemaal op punt staat, heb ik er alle vertrouwen in dat dat met de tijd alleen maar beter wordt. Ik laat het jullie zeker weten in mijn volgende blog!  

“150 jaar na eerste telefoontje lijkt bellen op zijn retour: er gebeurt iets geks in hoofd van jongeren als ze moeten bellen” kopte vrt.be afgelopen week. Aanleiding was een bevraging door AXA Verzekeringen en Trendwolves bij 600 jongeren tussen 18 en 25 jaar over hun manier van communiceren. Bijna de helft van hen stuurt liever een mail of een bericht dan te moeten bellen.

Natuurlijk heeft de smartphone daar alles mee te maken. Hoe handig is het niet om een  whatsapp-groepje te maken als je een uitje plant? Een smsje te sturen om aan te geven dat je wat verlaat bent?  Of een vraag te stellen via Instagram of Snapchat? Je kan met één toestel mensen contacteren op de manier die jou het beste uitkomt, en iemand opbellen lijkt dan opeens iets ouderwets, niet meer van deze tijd. Toch denk ik dat de telefoon vastpakken (of net niet) ook wat met de ‘aard van het beestje’ te maken heeft. Niet weten wie de telefoon gaat opnemen, bang zijn om het verkeerde te zeggen of meteen moeten reageren op een vraag: voor veel mensen – en dan vooral jongeren die telefoneren niet gewoon zijn –  is het een uitdaging. Phone anxiety: het bestaat écht.

Omgekeerd vind ik het ook opvallend hoe moeilijk het geworden is om zélf nog iemand te bellen. Heb je een vraag over pakweg een elektronisch toestel, een vliegticket of je energiefactuur? Het antwoord luidt bijna altijd hetzelfde: download onze handige app, bekijk de FAQ of – nog frustrerender – zie pdf, pagina x. Alleen wie het volledige ‘druk toets x voor…’-menu doorloopt en daarna nog een tergend wachtmuziekje trotseert, krijgt uiteindelijk iemand aan de lijn. Ook in het professionele leven is er sinds een aantal jaren een grote shift aan de gang. Waar vroeger een telefoonnummer vanzelfsprekend was in een handtekening, merk je dat dat nu niet meer het geval is. Heel eerlijk? Ik vind dat raar…

Want toegegeven: er zijn zoveel goede redenen om voor een telefoongesprek te kiezen. Om te beginnen: het voordeel van de duidelijkheid. Veel miscommunicatie ontstaat juist omdat er nuances verloren gaan in e-mails of chats. Een bericht kan koud of onvriendelijk overkomen, terwijl dat helemaal niet de bedoeling was. Met een belletje – waar je toon en intonatie een belangrijke rol spelen –  haal je letterlijk de ruis weg. Een tweede voordeel is het persoonlijke aspect van een telefoongesprek. Een telefoontje naar een vriend of familielid wijst op meer verbondenheid dan een kort bericht. Idem in de werksfeer: iemand opbellen toont betrokkenheid en engagement, en bouwt ook vertrouwen op. Wanneer mensen elkaar horen spreken, ontstaat sneller een gevoel van samenwerking. En last but not least: telefoneren is het perfecte antidotum voor de voortdurende stroom aan berichten en notificaties die de hele dag door op je scherm oppoppen. Het is soms toch écht een verademing om weer even met iemand te kunnen praten?

Telefoneren ouderwets, niet meer van deze tijd? Nee hoor! Misschien moeten we ons gewoon veel vaker de vraag stellen: moet dit echt via tien berichten, of kan ik even bellen?

Terwijl buiten de eerste lentezon verschijnt, zit mijn hoofd vaak al twee seizoenen – of zelfs een jaar – verder. Dat hoort een beetje bij mijn werk. Als hoofdredacteur van Knipmode ben ik continu bezig met wat er nog moet komen: nieuwe collecties, nieuwe ideeën en nieuwe inspiratie voor onze lezers. Mijn achtergrond als modeontwerpster helpt daar enorm bij. Ik kijk nog steeds met de blik van een ontwerper naar mode: naar vormen, kleuren, stoffen en hoe alles samenkomt in een ontwerp. Die creatieve basis neem ik elke dag mee in mijn rol als hoofdredacteur.

Voor mij werkt een mediamerk eigenlijk net als een goed kledingmerk. Als het concept klopt en alles wat je maakt aansluit bij de visie, ontstaat er een sterke basis die je moeiteloos in elke tijdsgeest kunt plaatsen, zonder dat het merk zijn kracht verliest.

Wat veel mensen niet weten, is dat we bij Knipmode ver vooruit werken. Terwijl iedereen net zijn voorjaarsgarderobe uit de kast haalt, denken wij al na over modellen en collecties voor volgend jaar. Welke silhouetten voelen nieuw? Welke kleuren geven energie? Wat inspireert mensen om zelf achter de naaimachine te kruipen? En naast het creatieve gedeelte van mijn baan moeten de budgetten nu ook al opgesteld worden. Als de kosten voor onze edities van 2027 eenmaal zijn gemaakt, kunnen we de knoppen niet meer terugdraaien.

Dat vooruitdenken maakt het werk zo leuk. Mode is altijd in beweging, en wij bewegen mee. Samen met het team bouwen we aan sterke merken en zorgen we dat onze titels Naaipatronen.nl én Knipmode herkenbaar blijven voor iedereen die van maken, ontwerpen en creativiteit houdt. Voor mij zit daar de echte energie: ideeën zien ontstaan, ze samen verder ontwikkelen en uiteindelijk terugzien in een tijdschrift dat mensen inspireert.

En soms begint dat gewoon met een klein moment – een kleur die opvalt, een stof die je ziet, of een plots idee op een zonnige lentedag.

Het lijkt nog maar gisteren dat ik mijn eerste blog schreef over mijn start bij Roularta Local Media. Toch zijn we alweer een nieuw jaar verder en de eerste drie maanden van 2026 zijn voor we het weten voorbij. En wat een begin van het jaar was dat!

Het voorjaar stond meteen bol van projecten: we hebben de Auto Special gehad, Batibouw, RenovatieWeekend en heel wat lokale specials. Het was een drukke, maar ontzettend boeiende periode waarin ik weer veel ondernemers en hun verhalen heb mogen ontmoeten. Iedere editie brengt zijn eigen dynamiek en uitdagingen, en het blijft geweldig om te zien hoe onze media, van De Zondag tot De Krant van West-Vlaanderen en DZ OOH, impact hebben voor de klanten.

Toch merk ik dat ik nu al stiekem uitkijk naar Nieuwbouwzondag. Het event blijft voor mij bijzonder, omdat ik weet dat het écht werkt bij de klant en het bovendien een mooie terugkeer is naar waar het voor mij allemaal begon: de immosector. Nu al bezig zijn met de voorbereidingen en plannen geeft energie en inspiratie voor de rest van het jaar.

Het leven van een sales manager blijft dynamisch: veel kilometers, veel gesprekken en altijd een fles water binnen handbereik. Maar juist die variatie en de vele ontmoetingen maken dit werk zo boeiend. Geen dag is hetzelfde, en dat is precies wat ik eraan zo waardeer.

Naast het werk ben ik ook druk in de club, waar we momenteel volop het Belgische kampioenschap aan het voorbereiden zijn dat in mei 2027 plaatsvindt. Het is een enorme organisatie, maar ook een fantastische uitdaging waar ik veel energie uit haal. Het is mijn manier om de balans te vinden tussen werk, plezier en passie.

Kortom, het voorjaar van 2026 is druk, uitdagend en vol verhalen. Nieuwe projecten, nieuwe klanten en evenementen zoals Nieuwbouwzondag maken dat ik met veel goesting blijf uitkijken naar wat er nog op ons pad komt, zowel op de baan als bij de klant en daarbuiten.

Terwijl ik deze blog schrijf, is mijn vriendin hoogzwanger (38 weken om precies te zijn). In haar buik beweegt ons eerste kind al flink. Voor ons is het nu vooral wachten. Wachten tot hij — ja, het wordt een jongetje — geboren wordt en ons leven drastisch gaat veranderen.

Collega’s reageren verschillend op deze periode. Ik krijg dagelijks de vraag of hij er al is, of ik ernaar uitkijk en hoe spannend het moet zijn. Maar eerlijk gezegd kan ik daar nog weinig over zeggen. Voor mij is het nu vooral speculeren.

De dagen zijn rustig. De babykamer is klaar, de vluchttas (of geboortetas, volgens onze verloskundige) staat ingepakt en het huis is voorbereid om de baby te verwelkomen. Misschien is dit de stilte voor de storm. Ik zou het nog niet weten.

Ook op kantoor voelt het anders. Er wordt nog steeds hard gewerkt en projecten lopen gewoon door, maar voor mij voelt het alsof ik even niet vooruit kan. Mijn verlof kan namelijk ieder moment beginnen. Zodra mijn vriendin belt, ben ik weg. De zes weken daarna zijn voor mij, mijn vriendin en ons eerste kindje.

Daardoor sta ik nu op een plek waar je eigenlijk niet wil staan. Ik wil graag door, maar dat kan even niet. Ik kan geen beloftes doen, geen nieuwe afspraken maken en geen trajecten starten die tijd nodig hebben. En juist omdat ik niet weet wanneer het moment komt dat ik er niet meer ben, maakt dat het extra lastig.

Toch levert deze periode ook iets moois op.

Het maakt me duidelijk wie ik ben en wat er straks verandert. Natuurlijk privé — papa worden is een enorme levensverandering — maar ook op werk. Hoewel het vaderschapsverlof korter is dan dat van een moeder in spe, ga je er toch een tijd tussenuit. Tijdens het maken van mijn overdracht realiseer ik me ineens wat mijn rol eigenlijk is binnen het team.

En daardoor waardeer ik mijn werk misschien wel meer dan ooit. Wat ik doe, maar vooral ook met wie ik het doe.
Dus ja, ik word nu even noodgedwongen op mijn plek gezet. Maar die stilstand brengt ook iets anders: dankbaarheid.

En voor wie het wil weten:
onze zoon heet Sieb.

Loslaten, het hoort bij het leven en al helemaal als je kindjes hebt.

Volgende week is het dan zover: dan moeten we weer een stukje van dat loslaten oefenen. De oudste zoon vertrekt voor drie dagen op zeeklassen. Hoewel het maar in Oostduinkerke is, voelt het alsof hij aan de andere kant van de wereld zal zitten. Het is de eerste keer dat hij zo’n lange periode zonder ons ergens naar toe gaat. Er zijn heel wat leeftijdsgenootjes die al eens op kamp geweest zijn, maar dit is voor hem echt de allereerste keer.

Zal hij zich amuseren? Ongetwijfeld, want ze gaan zwemmen in een subtropisch zwembad en met een go-cart op het strand rijden. Zal hij alles weer mee naar huis nemen? Waarschijnlijk niet, want wie kwam er vroeger zelf niet thuis met een vreemde sok of de trui van een klasgenoot? Duizend-en-een vragen spoken door mijn hoofd, maar ik weet nu al dat de verhalen over een onvergetelijke tijd ons de vrijdagavond om de oren zullen vliegen.

Dat gevoel van ‘loslaten’ kwam twee jaar geleden ook terug op de werkvloer. We moesten van ons vertrouwde bureau verhuizen naar een andere locatie. Van een stille ruimte naar een plaats waar we met verschillende diensten zouden samen zitten. In het begin was het wat zoeken en moesten we loslaten hoe het was geweest, maar nu lijkt het alsof het nooit anders is geweest.

Eind vorig jaar volgde een ander soort afscheid. Een collega besloot om te stoppen met werken om te gaan genieten van het leven. Een welverdiende rust!

Maar het was niet zomaar een collega, het was een luisterend oor, iemand waarmee je plezier kon maken, iemand die er altijd voor je was. Het was opnieuw een beetje loslaten.

Zo is het leven een aaneenschakeling van dit soort momenten.
Eigenlijk is loslaten gewoon een beetje bang zijn voor het onbekende.

Al is loslaten geen afscheid nemen van wat was, maar ruimte maken voor wat komt. Of het nu gaat om een lege stoel op kantoor of een rugzak die vertrekt naar zee: in de leegte die ontstaat, groeit altijd iets nieuws.